Na een lange tijd van voorpret en ticketsjacht, was het dan ineens zo ver: een welverdiende vakantie stond op de stoep!

Voordat we vlogen wachtte eerst nog een muzikaal weekendje Pinkpoppen en een indrukwekkend stukje last-minute vakantiestress, maar op dinsdag 14 juni was het eindelijk zover en vlogen wij Sjoerd en Iris tegemoet!

De tijd is voorbij gevlogen want op dit moment zit wij alweer braaf thuis, hebben we alweer een halve werkweek erop zitten en typen we onze ‘gastblog’ met een gezonde dosis weemoed.

De vakantie en het land boden alles wat we hadden kunnen bedenken, met nog nog een schepje erbovenop: van rellen tot relikwieën, van ijskoud tot woestijnwarm en van woeste bergtoppen tot uitgestrekte vlaktes!!

Onze eerste ontmoeting met Canada was in het gezellige Vancouver: een stad met uitersten. De eerste indruk van de Canadezen was de indruk van zeer vriendelijke en behulpzame mensen, de tweede indruk was van grote rellen, brandende auto’s en tal van kapotgeslagen ramen…

We hebben we de rellen niet met eigen ogen aanschouwt (met dank aan dhr. J. Etlag), de schade daarentegen sprak wel tot de verbeelding: zwartgeblakerde prullenbakken en straten vol dichtgetimmerde ramen, bij een gebrek aan ruiten en een adequate voorraad bij de glazenzetters van Vancouver. Wat er vervolgens gebeurde was iets waar menig voetbalidioot een groot voorbeeld aan mag nemen: 1500 vrijwilligers (volgens de krant) verzamelde zich in ‘downtown’ Vancouver om de hele rotzooi weer op te ruimen: glas werd bij elkaar geveegd, prullenbakken werden weer prachtig zilver geschilderd en de houten planken in de raamkozijnen werden volgeschreven met afkeuringen van de rellen. 1 van de quotes die we onthouden hebben: “You can break our windows, but not our spirit”…

 

ROADTRIP!!

Na de rellen was het tijd voor een reünie met onze grote vriend Sjoerd, Iris was als kostwinner nog in Canmore achter gebleven.

We hadden 4 dagen om van Vancouver naar Vernon te rijden (daar zou Iris zich bij de roadtrip voegen en waren we compleet). Slingerend van boven naar onder en links naar rechts zagen we voor het eerst Canadese bergen, meren en watervallen: de meest prachtige plaatjes trokken aan ons voorbij en de fotocamera’s draaiden overuren. Ook deze dagen ervoeren we indrukwekkende tegenstellingen. Dit keer was het echter geen vandalisme wat de oorzaak was, maar een gezonde dosis natuurgeweld: kou tegen warmte en sneeuw tegen woestijn.

Vernon ligt in de Okanagan Valley en daar is het heerlijk warm in de zomer. De nacht voordat we daar aankwamen sliepen we echter nog hoog in de bergen en lagen er flinke plakken sneeuw om ons heen op de camping. De avond hadden we doorgebracht bij een vuurtje en de nacht al rillend in onze tentjes: dit ondanks de dikke sokken, broeken, shirts en mummyslaapzakken!

De volgende dag stonden we ons verbaasd te ontdoen van vele overbodige kledinglagen bij het informatiecentrum in Osoyoos. Sjoerd had ons al verteld dat de weersvoorspelling voor de Okanagan Valley rond de 30 graden was, maar dat namen we niet zo serieus al bibberend in onze tentjes een paar uur eerder. Osoyoos heeft een woestijnklimaat zo hebben we begrepen en het is dat de irrigatie in het gebied zo overvloedig is anders zou het er in plaats van groen, dor en droog geweest zijn.

Genietend van het zonnetje en herenigd met Iris hebben we een paar dagen in Vernon vertoeft. Ook deze tijd had zo haar eigen verrassingen, maar stond vooral in het teken van ontspanning: een gezellige en lucratieve wijntocht met een heerlijke lunch bij een wijngaard, met uitzicht op een prachtig meer en met bergen op de achtergrond. Als God in Frankrijk.. eh Vernon! Verder hebben we wat gelezen, wat geluierd, lekker gebarbecued en ons te goed gedaan aan mega marshmallows.

De dag voordat we door zouden rijden in de richting van Canmore ontdekten we bij toeval dat er een groot gat in 1 van de banden van de auto zat… Thank God for Canadian Tire, waar de volgende ochtend 4 spiksplinternieuwe zomerbanden op de auto gelegd konden worden en waardoor wij weer vlot op pad konden!

 

CANMORE

Via een prachtig stukje Canada kwamen we op de helft van de vakantie in Canmore terecht en konden we even heerlijk genieten van de gemakken van het (t)huis van Sjoerd en Iris. Sjoerd had namelijk 2 weken vrij weten te fixen, maar Iris moest tussen door nog 3 dagen aan de slag..

Onder de indruk van de omgeving en van de verhalen over een mooi fietstocht zijn we bij Goat Creek gaan fietsen. “Het is voornamelijk naar beneden” was Sjoerds’ motto van de dag en eerlijkheidshalve was dat voor de eerste helft van de fietstocht ook waar, al waren de stukjes omhoog best pittig! Voor de tweede helft van de fietstocht (de terugtocht van Banff naar Canmore) konden we kiezen tussen een relatief vlak fietspad langs de snelweg of een onbekend bospad langs de rivier.. Uiteraard kozen wij voor het avontuur en voor het onbekende bospad! Wat een stoer en onmogelijk pad, smal, slingerend en onwijs veel klimmen. Eigenlijk kon het amper een pad genoemd worden: het was een en al wortel en steen, soms zelf puur rotsen of plassen modder. We fietsten zelfs door een beekje en moesten over menig boom klauteren of er omheen. In het laagste verzet trappen alsof je leven ervan afhangt en toch niet boven komen….. On-ge-loof-lijk! Eindresultaat: 8 uur van huis waarvan 6 uur gefietst en 40 kilometer gefietst, waarvan 18 kilometer geklommen… In mijn ogen zijn we eersteklas berggeitjes!

 

ICEFIELDS PARKWAY

In de laatste week van de vakantie zijn we weer met z’n vieren op pad gegaan. Op jacht naar dinosaurussen zijn we naar het vlakke gebied van Drumheller gegaan. Geen bergen, maar wel canyon-achtige maanlandschappen en heel veel dinosaurus-thematiek. De grootste (kunststoffen) dinosaurus ter wereld en nog wat commerciële plekjes maakten nog niet veel indruk, maar daar stond een interessant en prachtig museum tegenover: het Royal Tyrrell Museum.

Volledig op de hoogte van deze eeuwenoude wezens was het weer tijd om de bergen in te trekken en de Icefields Parkway te bewonderen.

Om geen kleine roman te schrijven in plaats van een blog zal ik proberen niet te langdradig te zijn: de Icefields Parkway valt makkelijk samen te vatten in: prachtig natuurschoon, weergaloze uitzichten, prachtige strakblauwe en groene meren, indrukwekkende gletsjers en zo kunnen er nog wel wat superlatieven de revue passeren!! Na iedere bocht volgde wel een prachtig plaatje!

We zijn gaan hiken, hebben gekayakt en hebben beren en elks (geen idee hoe die beesten in het NL’s heten) gezien. Een indrukwekkend stukje natuur!!

In stijl hebben we de vakantie afgesloten met een rafttripje met z’n tweetjes. In stijl staat dan voor het vervoer en verblijf voor dit kleine uitstapje: wij hadden namelijk de eer om met het busje van Sjoerd en Iris op pad te gaan!

Ondanks de wetenschap dat de ramen verduisterd zijn, is het even wennen als er mensen in de buurt lopen. Maar het heeft wel iets om lekker in een kroegje wat te drinken en daarna achter in je auto te springen en je ogen dicht te doen om een lekker matras!! Supertof en we zouden graag met Sjoerd en Iris ruilen om op die wijze het zomerse San Fransisco te ontdekken!

Wat Canada betreft: iedereen moet er gewoon heen gaan en met eigen ogen aanschouwen wat er dan zo prachtig aan is! Een grote aanrader!! “Yes, you CANada!”

 

Ferdinand en Anne